
Ethische gedragscode
Ethische gedragscode Zen Centrum Nijmegen
Ethisch verantwoord gedrag neemt in onze zenbeoefening een belangrijke plaats in. Het is een vereiste dat iedereen die met Zen Centrum Nijmegen te maken heeft, in een veilige, betrouwbare omgeving komt. Bij Zen Centrum Nijmegen committeren wij ons aan de ‘Code of ethical conduct‘ van de White Plum Asangha.
Uitgangspunt is dat we respectvol met elkaar en anderen omgaan en dat we verantwoordelijkheid nemen voor ons eigen gedrag. We doen dat vanuit de intentie het goede te doen en het kwade te vermijden. We beogen een sfeer van integriteit en vertrouwen in elkaar, waarin onderling zowel vertrouwelijkheid als openheid aan de dag wordt gelegd.
Grensoverschrijdend gedrag tussen leraar en leerling en tussen deelnemers onderling beschouwen wij als ontoelaatbaar. Mocht er sprake zijn van grensoverschrijdend of ongepast gedrag, dan is Dick Benji roshi het eerste aanspreekpunt. Bovendien heeft binnen Zen Centrum Nijmegen, Hanneke Beenackers de functie van vertrouwenspersoon aanvaard, e-mailadres: vertrouwenspersoon@zennijmegen.nl
Als lid van de BUN (Boeddhistische Unie Nederland) werken we samen aan een veilige boeddhistische beoefening in Nederland. Je kunt hier meer achtergrond informatie over vinden. Mocht er binnen de sangha geen bevredigende oplossing zijn, dan kan contact opgenomen worden met de externe vertrouwenspersoon van de Boeddhistische Unie. Ook verondersteld seksueel misbruik kan bij hem gemeld worden.
White Plum Asanga
Ethische gedragscode
Wij als erkende leraren binnen de White Plum-lijn respecteren de verantwoordelijkheden van het leiderschap en van het leraarschap binnen onze sangha’s. We erkennen dat onze rol noodzakelijkerwijs een machtsverschil met zich meebrengt in onze relaties met leerlingen en andere sangha-leden. Om die reden alleen al kunnen onze woorden en daden groot gewicht dragen. Vanuit bewustzijn van dit gegeven commiteren we ons aan het streven naar naleving van deze Gedragscode als leraren binnen de White Plum Asanga. Een code gebaseerd op de beginselen van vertrouwen, integriteit, rechtvaardigheid, respect en verantwoordelijkheid. Dit teneinde de bevordering van een sfeer ten goede komt aan de beoefening van de Dharma.
Wij bevestigen dat wij als leraren, zowel wijzelf als de personen die deel uitmaken van onze individuele sangha’s, de primaire verantwoordelijkheid dragen om te waarborgen dat deugdelijke ethische beginselen alle aspecten van het praktijkleven doordringen.
Doe geen kwaad.
Doe het goede.
Bevrijd alle levende wezens.
Vertrouwelijkheid. De relatie tussen leerling en leraar omvat vaak het delen van zeer gevoelige persoonlijke informatie. Respect voor de leerling en voor de relatie vereist dat leraren dergelijke informatie vertrouwelijk behandelen. Er kunnen situaties ontstaan waarbij leraren, in het belang van specifieke personen en van de sangha, andere leraren of professionals moeten raadplegen over dergelijke vertrouwelijke zaken. In zulke gevallen dienen leraren ernaar te streven dat ook die raadplegingen vertrouwelijk blijven. Zonder af te doen aan het voorgaande geldt dat, indien een leraar reden heeft om aan te nemen dat een leerling de intentie heeft zichzelf of anderen te schaden, het de verantwoordelijkheid van de leraar is om de bevoegde autoriteiten in te lichten overeenkomstig het toepasselijke recht. Elke leraar heeft tevens de plicht zich bewust te zijn van toepasselijke wetgeving met betrekking tot de meldingsplicht bij misdrijven die worden onthuld tijdens vertrouwelijke gesprekken.
Macht. Leraren hebben de plicht zich te verdiepen in de subtiele machtsvraagstukken die inherent zijn aan de leraar-leerlingrelatie, evenals in de mogelijke gevolgen van die macht en de uitoefening ervan op zowel leraren als anderen. Leraren dienen, waar passend, advies te zoeken bij andere leraren en professionals over het gebruik van macht en de schadelijke gevolgen van misbruik daarvan. Leraren dienen hun sangha’s tevens aan te moedigen trainingen aan te bieden over dergelijke kwesties en hun dynamiek. Leraren dienen zich in het bijzonder bewust te zijn van het potentieel voor subtiel machtsmisbruik dat kan ontstaan in verband met hun persoonlijke belangen.
Juist Spreken. Wederzijds respect vormt de grondslag voor een omgeving die bevorderlijk is voor een gezonde beoefening. Dit respect komt tot uiting wanneer sangha-leden anderen met waardigheid behandelen en op een waarachtige en meelevende wijze met positieve intentie met anderen omgaan. De harmonie binnen de sangha wordt bevorderd wanneer de leraar het goede voorbeeld geeft, en alle leden de heldere geest-voorschriften omtrent juist spreken in acht nemen: zich onthouden van leugens, zelfzuchtig spreken, laster, boos of beledigend taalgebruik, en het toeschrijven van schuld.
Zelfbewustzijn. Leraren dienen te streven naar voortdurende helderheid van geest. Zij hebben daarom de verplichting tot zelfmonitoring en zelfzorg. De rol van leraar vervullen kan op subtiele wijze een gezond gevoel van bescheidenheid ondermijnen. Een gebrek aan bescheidenheid kan op zijn beurt het vermogen aantasten om de volledige verantwoordelijkheden van het leraarschap te erkennen en daarnaar te leven. Om die reden dienen leraren activiteiten te ondernemen die de onderwijsrol in evenwicht brengen met verankering in regelmatige beoefening en studie van de Dharma, vrijetijdsbesteding, betrokkenheid bij familiale verantwoordelijkheden, en het opbouwen van een relatie met een andere leraar met wie zij hun werk als leraar kunnen bespreken en overdenken.
Grenzen. Leraren mogen vertrouwen niet schenden of macht en/of positie gebruiken voor persoonlijk gewin of eigenbevrediging. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het handhaven van passende en duidelijke grenzen tussen leraar en leerling berust altijd bij de leraar. Wanneer een leraar gevraagd wordt te handelen in een hoedanigheid die competenties vereist die buiten de expertise van de leraar vallen, zal hij/zij leerlingen doorverwijzen naar personen met de vereiste deskundigheid (bijv. geestelijke gezondheidsprofessionals, medische professionals, juridische professionals).
Duale Relaties. Hoewel niet alle duale relaties schadelijk zijn voor leerlingen of de sangha, kunnen zij wel degelijk extra complexiteit creëren binnen leerling-leraarrelaties en de harmonie binnen de sangha ondermijnen. Leraren dienen alert te zijn op het handhaven van passende grenzen en de implicaties en gevaren van duale relaties zorgvuldig te overwegen. Voorbeelden van duale relaties zijn romantische relaties, financiële relaties, innige vriendschappen, therapeutische relaties en professionele relaties. Sommige duale relaties zijn onvermijdelijk en kunnen worden getolereerd wanneer zij goed worden beheerd door middel van transparantie en overleg met sangha-leden. In het geval dat een leraar en een leerling een romantische relatie willen aangaan, wordt de leerling aangemoedigd te overwegen een andere leraar te zoeken. Elke sangha dient uitdrukkelijk beleid te hebben om duale relaties aan te pakken.
Seksueel Gedrag. Omdat seksuele relaties tussen een leerling en leraar een ernstig potentieel hebben voor subtiel en openlijk machtsmisbruik, voor verstoring van de sangha, en voor daarmee samenhangende schade aan alle betrokken personen en instellingen, dienen zij te worden vermeden tenzij de leraar en de leerling een toegewijde en publiekelijk transparante relatie met elkaar onderhouden. Indien een leraar en een leerling een seksuele relatie aangaan, dienen zij hun relatie openlijk kenbaar te maken aan de sangha. De leraar, leerling en sangha dienen vervolgens te streven naar voortdurende openheid, in het bijzonder met betrekking tot het potentieel dat deze relatie verstoring binnen de sangha kan veroorzaken. De leraar heeft de uiteindelijke plicht te waarborgen dat deze richtlijnen worden nageleefd.
Gedragscode van de Sangha. Leraren zullen leerlingen bekend maken met deze WPA Gedragscode en zullen waarborgen dat hun individuele sangha’s beschikken over zowel een gedragscode die niet minder streng is dan deze Code, als over processen voor het ontvangen en behandelen van klachten tegen leraren op sangha-niveau die voor zover haalbaar het kader van het WPA Klachten- en Verzoeningsproces volgen. Leraren zullen tevens waarborgen dat informatie over zowel de individuele sangha-code en -processen als die van de White Plum Asanga binnen hun sangha’s bekend wordt gemaakt.
Processen. Om openheid binnen de sangha te waarborgen, zullen leraren en leerlingen deelnemen aan processen, zoals een sanghaberaad of luisterkring , die gebruikmaken van horizontale machtsdeling en luisteren, en die ethische kwesties regelmatig en openlijk aan de orde stellen.
Collegiale Respect. Wanneer een leerling verzoekt bij een leraar te studeren, dient de leraar te informeren of de leerling bij een andere leraar heeft gestudeerd en, indien dit het geval is, waar mogelijk een harmonieuze afronding aan te moedigen. Wanneer een leerling van leraar wisselt, dient de nieuwe leraar de WPA-richtlijnen voor dergelijke wijzigingen na te leven. Leraren zullen niet actief leerlingen werven van andere leraren.
Verantwoordelijkheid en Bestuur. Het bewaken van het welzijn van de sangha is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden en vereist actieve deelname van leden aan het bestuur. Leraren zullen de door de sangha gekozen bestuursstructuur ondersteunen en zullen handelen ter bevordering van de doelstellingen van verantwoordelijkheid en transparantie op alle gebieden, waaronder financiën, besluitvorming en de behandeling van klachten, inclusief beschuldigingen van onethisch gedrag.
Transparantie. Transparantie is cruciaal voor het bewaren van balans en harmonie binnen de sangha. Leraren zullen alert zijn op mogelijke belangenconflicten met leerlingen en andere sangha-leden en zullen handelen om deze te vermijden; eventuele wezenlijke belangenconflicten zullen onmiddellijk worden gemeld aan de sangha-leiding.